Core Web Vitals beschrijft laden, responsiviteit en visuele stabiliteit. De drie metrics horen samen en krijgen pas betekenis naast echte gebruikers- en conversiedata.
De drie metrics en wat ze meten
Core Web Vitals bestaat uit LCP, INP en CLS. Iedere metric beschrijft een ander onderdeel van de ervaring; bekijk ze samen met echte gebruikers- en conversiedata.
- LCP (Largest Contentful Paint) — hoe snel de grootste zichtbare content verschijnt. Google's grens voor goed: maximaal 2,5s.
- INP (Interaction to Next Paint) — hoe snel de pagina visueel reageert op interacties. Goed: maximaal 200ms.
- CLS (Cumulative Layout Shift) — hoeveel onverwachte layoutverschuiving plaatsvindt. Goed: maximaal 0,1.
De fouten die we het vaakst zien
In performance-audits keren dezelfde oorzaken vaak terug:
- Niet-geoptimaliseerde hero-images — te groot formaat, geen srcset of ongunstige compressie.
- Third-party scripts blokken render — analytics + chat-widget + ads + cookie-banner.
- Webfonts zonder laadstrategie — onnodige varianten en verkeerd preloaden blokkeren tekst of netwerk.
- Layout shifts door images zonder dimensies — knoppen springen rond bij laden.
Wat het oplevert
Na een performanceverbetering controleer je drie soorten effect:
- Velddata — verbeteren LCP, INP en CLS bij het 75e percentiel?
- Gedrag — verandert uitval op mobiele landingspagina's en formulieren?
- Business-KPI's — veranderen aanvragen, checkout-voltooiing of omzet bij gelijkwaardig verkeer?
Conclusie
Performance is geen los technisch rapport. Verbeter LCP, INP en CLS samen, bewaak regressies en koppel veranderingen aan echte gebruikers- en businessdata.